…

Het Leersteundecreet: Ons rapport: goede en slechte punten!


Van een M-decreet naar een ‘L-decreet’.


Het stond in het regeerakkoord 2019-2024 van deze Vlaamse regering: ‘Het M-decreet wordt afgeschaft!’ Over wat er dan wel in de plaats zou komen, was Vlaams minister van onderwijs, Ben Weyts, toen bijzonder vaag.
Als het M-decreet effectief naar de archieven verwezen wordt, moet er wel iets in de plaats komen. Want ook onze minister van onderwijs kan het VN-verdrag voor gelijke kansen van personen met een handicap, dat hij in 2009 mee goedkeurde, niet naast zich neerleggen. In artikel 24 van dat verdrag lezen we klaar en duidelijk dat alle personen met een handicap recht hebben op onderwijs (…) Personen met een handicap mogen ook niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem (…) Zij moeten toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven. Redelijke aanpassingen worden verschaft naargelang de behoefte van de persoon in kwestie. Personen met een handicap moeten, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te vergemakkelijken

Een ‘Leersteundecreet’ moet het ‘verguisde’ M-decreet vervangen. De Vlaamse regering keurde net voor de vakantie de conceptnota Leersteun goed.

Koud en warm blazen.


Minister Weyts mocht op de radio, tv en in de kranten zijn plannen uitgebreid uit de doeken doen.
Hij liet de kans niet voorbij gaan om ongenuanceerd uitspraken te doen: ‘Veel scholen weten niet eens welke redenen ze allemaal kunnen inroepen om leerlingen te weigeren. Dat kan bijvoorbeeld ook als ze daardoor te weinig aandacht kunnen geven aan andere leerlingen’ (De Standaard, 28/6); ‘Ouders kiezen er dikwijls voor om hun kind met een beperking in het gewone onderwijs te houden. Maar soms is dat eenvoudigweg niet mogelijk. Dan moeten we vertrouwen geven aan de scholen om finaal de knoop te kunnen doorhakken.’ (VRT, 28/6)

Ouders die voor en met hun kind met een handicap een bewuste keuze maken, of dit nu voor het gewone of buitengewoon onderwijs is, horen echt niet graag dat zij buitenspel gezet worden. Ook het idee dat leerlingen met een handicap het niveau van het gewone onderwijs omlaag halen, wat minister Weyts nogal eens tussen de regels laat horen, vinden wij onterecht. Met dergelijke uitspraken geeft onze onderwijsminister scholen die niet openstaan voor diversiteit in de klas bovendien de pap in de mond.

Gelukkig geeft de conceptnota ons een beter gevoel. Hierin worden een aantal duidelijke doelen geformuleerd voor het gewoon onderwijs, de leersteun (vanuit leersteuncentra) en het buitengewoon onderwijs. Maar de overtuiging waarmee onze onderwijsminister in de media tal van boute uitspraken deed, ondermijnt ons vertrouwen. Wordt wat zwart op wit in de conceptnota staat ook volmondig door de minister van onderwijs onderschreven? Als wij hem een rapport mochten geven, dan is het er een met goede punten voor sommige doelen en een dikke onvoldoende voor andere.
Een eerste, voorlopige analyse…

Een onderscheiding


Wij lezen in de conceptnota Leersteun een aantal goede intenties:

  • Scholen moeten een doeltreffend leerlingenbeleid realiseren en als schoolteam hiervoor de nodige competenties ontwikkelen. Een kwaliteitsvol beleid op leerlingenbegeleiding moet ertoe bijdragen dat scholen bij zoveel mogelijk leerlingen leerwinst genereren binnen het gemeenschappelijk curriculum en binnen de school voor gewoon onderwijs.
  • Het beginstel van disproportionaliteit werd behouden wanneer een leerling geweigerd wordt. Scholen moeten dus blijven verantwoorden waarom ze een leerling weigeren. Als ze dat te vaak doen, moeten ze een begeleidingstraject volgen.
  • Leerlingen, leerkrachten en schoolteams krijgen de ondersteuning die ze nodig hebben, gedurende de tijd die nodig is, opdat leerlingen een kwaliteitsvol traject kunnen volgen in het gewoon onderwijs.
  • Wij zien een verdienstelijke poging om de hiaten in de praktische uitwerking van het M-decreet, hiaten die ook door ouders ervaren werden, weg te werken. Bijv. het gebrek aan kwaliteitsvolle ondersteuners met de nodige expertise, het feit dat de ondersteuning niet altijd op de klasvloer terechtkwam, het gemis van een eenduidige richtlijn omtrent het afleveren en verkrijgen van een ( gemotiveerd) verslag,…
  • Ouders zullen niet alleen geïnformeerd worden, maar ook betrokken worden bij het uitwerken van de begeleiding op maat van hun kind.
  • Men wil werk maken van een competentieprofiel en een beter statuut voor de leerondersteuner en waken over hun kwaliteit en expertise. Zo kunnen de grote verschillen tussen ondersteuningsnetwerken en ondersteuners die er nu zijn weggewerkt worden.
  • Goed idee om ook meer oog te hebben voor afstemming en samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Meer eenzelfde taal spreken, zal elke onderwijsbetrokkene ten goede komen.
  • In de nota wordt expliciet benoemd dat men stimulansen zoekt om leerlingen vanuit het buitengewoon onderwijs te laten terugkeren naar het gewoon onderwijs.

Een onvoldoende


Helaas moeten wij ook wat onvoldoendes geven:

  • Wij missen in de conceptnota de ambitie om effectief fundamentele stappen te zetten richting inclusief onderwijs. Ook niet op langere termijn. Er wordt expliciet gesteld dat het buitengewoon onderwijs zijn volwaardige plaats blijft behouden. Dit doet ons vragen stellen bij de waarde die de minister hecht aan Inclusief onderwijs en zijn respect voor de toepassing van het VN-verdrag voor gelijke kansen van personen met een handicap. We begrijpen dat men wil garanderen dat ouders die de keuze maken voor het buitengewoon onderwijs voor hun kind er op kunnen rekenen dat dit kwaliteitsvol onderwijs is. Maar wij hebben de indruk dat de plannen om het buitengewoon onderwijs te versterken in de eerste plaats bedoeld zijn om nog meer leerlingen voor deze onderwijsvorm aan te trekken en niet zozeer een kwaliteitsverbetering van deze onderwijsvorm voor ogen hebben. Zolang het Buitengewoon Onderwijs blijft uitbreiden en de voorziene middelen niet besteed worden aan een betere ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsnoden in het gewone onderwijs gaan leerkrachten en directies altijd redenen vinden om leerlingen naar het buitengewoon onderwijs te verwijzen. Bovendien lezen we in de conceptnota dat deze geen financieel of budgettair engagement impliceert. Wanneer er geen extra middelen voorzien worden om leersteun te realiseren, betekent een extra input in het buitengewoon onderwijs tegelijkertijd dat er minder budget overblijft om degelijke leersteun te bieden aan leerlingen in het gewoon onderwijs.
  • Wij vragen ons af in welke mate men écht rekening wil houden met de keuzevrijheid van ouders. Wordt er aan àlle ouders, echt gemeend, een gelijkwaardige keuze geboden tussen inclusief onderwijs, ‘gewoon onderwijs met leersteun’ en buitengewoon onderwijs? Voor ons is die keuzevrijheid essentieel. Dat er nergens in deze conceptnota een link gelegd wordt met Welzijn vinden wij een gemiste kans.
  • Het woord ‘leerwinst’ komt in de conceptnota zoveel vaker voor dan het begrip ‘inclusie’. Dit geeft ons de indruk dat het van jongs af aan leren omgaan met diversiteit en het ervaren dat iedereen erbij kan horen niet als ‘leerwinst’ gezien wordt. Wij maken ons zorgen over de nadruk die er gelegd wordt op de ‘maximale leerwinst’ en hoe men deze wil meten, operationaliseren en definiëren. Voor ons moet ook de ‘sociale’ leerwinst (erbij horen, participatie,..) mee in rekening gebracht worden. En mag men niet uit het oog verliezen dat ook leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen ook ‘leerwinst’ ontwikkelen, maar dan op hun eigen tempo.
  • Het opdelen van kinderen in ‘types’ is naar onze mening al lang achterhaald. Liever hebben wij het over ‘leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ waarbij de ondersteuningsnood op maat van de individuele leerling bepaald wordt. Toch blijft men vasthouden aan de type-indeling. Meer nog, er lijkt nog een type bij te komen: de ‘hoogbegaafde’ en ‘snel lerende’ leerlingen. Wordt dit dan type 10? Waarom vertrekt men niet vanuit een Universal Design of Learning? Wanneer men uitgaat vanuit kwaliteitsvol onderwijs voor alle leerlingen, vanuit UDL, moet men in staat zijn om aan de onderwijsnoden van àlle leerlingen tegemoet te komen, ook aan deze van bijv. hoogbegaafde leerlingen
  • Naar onze mening wordt er in deze conceptnota te fel de nadruk gelegd op de mogelijkheid van scholen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te weigeren. Men kiest te vaak voor een negatieve formulering. Terwijl, ons inziens, het juist de bedoeling zou moeten zijn om leerkrachten en scholen handvaten te geven om zo veel mogelijk leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op te nemen en ondersteuning te bieden. Wij missen de stimulans en de uitdaging om oplossingsgericht te denken zodat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, zelfs indien er zware zorgen zijn, kansen krijgen in het gewoon onderwijs. Deze conceptnota zou een hefboom voor inclusie moeten zijn, geen stok-achter-de-deur.

En nu?


Momenteel buigen verschillende advies- en andere groepen zich over deze conceptnota. Ook Gezin en Handicap werkt intensief mee. Binnen enkele weken spreekt het Vlaams Parlement zich hierover nog uit. Bedoeling is dat het Leersteundecreet in het schooljaar 2022-2023 in voege gaat.

Gezin en Handicap organiseert, in samenwerking met Ouders voor Inclusie en het Steunpunt voor Inclusie, een webinar over het leersteundecreet. Woensdagavond 29 september om 19.30 u.

Info en inschrijvingen: https://gezin-en-handicap.webinargeek.com/het-leersteundecreet-wat-en-hoe?cst=channel